Lexicon

bindmiddel : niet vluchtig deel van het suspensiemilieu dat de film vormt en het pigment bindt.

dekkracht : vermogen van een verf om door ondoorzichtigheid de kleur of de kleurcontrasten van een drager te maskeren.

droging : geheel van fysische, fysico-chemische of chemische transformaties die ervoor zorgen dat de verffilm van een vloeibare naar een vaste toestand overgaat.

duurzaamheid : geschiktheid van een droge film om weerstand te bieden aan mechanische aantasten zoals schokken, indentatie, krassen.

eindlaag : laatste laag van een verfsysteem die ondermeer kleur- en glanseigenschappen verzekert.

glans : optische eigenschap van een oppervlak waardoor het licht kan worden weerkaatst.

grondlaag : laag rechtstreeks aangebracht op een drager met als voornaamste rol deze te beschermen tegen corrosie en de hechting te verzekeren.

hechting : meting van het geheel van de verbindende krachten die uitgeoefend worden tussen een droge film en zijn drager onder bepaalde proefondervindelijke voorwaarden.

houtbeits : pigment- en/of kleurbevattend product dat een film vormt bestemd om het hout te decoreren of te beschermen tegen weersomstandigheden en een gemakkelijk onderhoud mogelijk maakt.

isolatielaag : laag bestemd om een verf te isoleren van het onderliggende oppervlak teneinde chemische of fysische interactie te voorkomen.

kleurkracht : vermogen van een kleurstof om een verf te kleuren in een tint dichtbij de eigen kleur van de kleurstof.

krijten of afpoederen : degradatie van het bindmiddel dat tot stand komt tijdens blootstelling van het filmoppervlak aan ultravioletstralen. Het gedegradeerde bindmiddel maakt dan het pigment vrij uit de oppervlakkige filmlaag.

laag : continue film van een product tijdens één enkele aanbrengoperatie

lak : hoogglansverf of -vernis.

maximale gebruikstermijn : (duur dat het mengsel kan worden gebruikt "pot life") : maximumtermijn waarbinnen een in gescheiden componenten geleverd product, na het mengen, moet worden gebruikt.

monomeer : elementaire molecule die de eigenschap heeft met een andere te reageren om een polymeer te vormen

ondoorzichtigheid : vermogen van een verf om na droging de onderliggende drager te maskeren.

oplosmiddel/solvent : organische vloeistof die vluchtig is onder normale drogingsvoorwaarden.

oplosvermogen : vermogen van het oplosmiddel om een bindmiddel op te lossen.

oppervlakterendement (uitstrijkvermogen) : gemiddelde oppervlakte van een bepaalde drager die kan worden bedekt met een enkele laag van een bepaald verf- of vernisvolume of gewicht (massa) gebruik makend van een bepaald aanbrengprocédé.

plamuur : deegachtig/pasteus of vloeibaar preparaat dat de kleine oppervlaktegebreken kan elimineren alvorens een verflaag aan te brengen.

polymeer : product dat het resultaat is van een reactie tussen meerdere moleculen met een zwakke molecuulmassa (molecuulgewicht), monomeren genoemd.

product geleverd in meerdere verpakkingen : product geleverd in afzonderlijke bestanddelen die vòòr gebruik gemengd dienen te worden in een verhouding bepaald door de fabrikant.

productverdraagzaamheid : vermogen van een product om te worden vermengd met een ander product zonder storende gevolgen zoals precipitatie/neerslaan, coagulatie, gelering of glanswijziging.

reologie : tak van de fysische wetenschappen die de stroming van een vloeistof in het algemeen bestudeert (viscositeit, elasticiteit, ?.).

siccatief : een over het algemeen organometaalbestanddeel oplosbaar in organische oplosmiddelen en bindmiddelen dat aan het product wordt toegevoegd om het droginsproces te versnellen.

sinaasappelschileffect : oppervlaktegebrek dat lijkt op de schil van een sinaasappel en de filmglans kan aantasten.

soepelheid/buigzaamheid : vermogen van een droge film om zonder degradatie deformaties van de onderliggende drager te ondergaan.

stopverf : verf met een laag bindmiddelgehalte bestemd om de onregelmatigheden van het oppervlak te regulariseren zodat dit glad en regelmatig wordt.

strakheid : eigenschap van een verffilm om een glad aspect te vertonen.

suspensiemilieu : het geheel van de bestanddelen van de vloeibare fase van een verf.

tussenlaag : laag tussen de grondlaag of het voorstrijkmiddel en de eindlaag

vastestofgehalte : residu dat overblijft na de verdamping van de vluchtige organische stoffen van een testproduct (verf, vernis) onder bepaalde temperatuur- en tijdvoorwaarden. Het vastestofgehalte in gewicht is de verhouding tussen de droge verfmassa en de natte verfmassa. Het vastestofgehalte in volume is de verhouding tussen de droge filmdikte en de vochtige filmdikte.

verdraagzaamheid (van een product met de drager) : vermogen van een product om te worden aangebracht op een drager zonder dat degradatie optreedt

verdunner : enkelvoudig of gemengde vloeistof, vluchtig onder normale drogingsvoorwaarden, toegevoegd in de loop van het fabricageproces of op het ogenblik van gebruik, om een goede verwerkbaarheid te verkrijgen.

vernis : product bestemd om te worden aangebracht op een oppervlak waarop het een vaste, doorzichtige film vormt met beschermende, decoratieve en specifieke technische kwaliteiten.

verf : pigmenten bevattend vloeibaar of poedervormig product dat bestemd is om te worden aangebracht op een oppervlak teneinde een ondoorzichtige film te vormen die beschermende, decoratieve of specifieke technische kwaliteiten bezit.

verf- of vernissysteem : geheel van verf- of vernislagen die op een drager dienen te worden aangebracht.

vernetting/uitharding : chemische reactie tussen de macromoleculen van een bindmiddel en een verharder uitmondend in een driedimensionele structuur.

verzeping : verandering te wijten aan de reactie van een alkalisch milieu op het bindmiddel van een verf die oliën en/of andere samenstellingen met esterfuncties bevat.

viscositeit : weerstand gevormd door een vloeistof tegen laminaire vloeiing (uniform en zonder turbulentie) bij een bepaalde temperatuur.

vlampunt : minimumtemperatuur waartot een in een vaas ingesloten product moet worden verwarmd opdat de dampen zouden ontbranden door contact met een vlam en dit onder genormaliseerde werkingsvoorwaarden.

voorstrijkmiddel : laag die rechtstreeks op een absorberende drager wordt aangebracht.

vulstof of extender : poedervormige stof, praktisch onoplosbaar in een suspensiemilieu, vaak wit of licht gekleurd, met een brekingsindex die over het algemeen lager is dan 1,7.

weekmaker : product bestemd om soepelheid te verlenen aan de droge film.
 


 
Hierbij accepteer ik de privacy voorwaarden.
WorldSkills Belgium

SOS
IVP
Bld Reyerslaan 80
B – 1030 Brussels
Tel : +32-2-416 21 70
Fax:+32-2-416 21 79
  | Sitemap   Contact   Privacyverklaring   test   © 2018 IVP Coatings - Powered by The eFORUM FACTORY